In de loop van de tijd probeerden de lokale autoriteiten hem te overtuigen om te stoppen met het doorbrengen van nachten op de begraafplaats. Niet uit wreedheid, maar uit bezorgdheid. De omstandigheden waren onveilig en hun gezondheid kon worden aangetast. Hij luisterde, dacht na en, hoewel het moeilijk was, begon hij beetje bij beetje zijn nachtelijke bezoeken te verminderen. Maar hij stopte nooit met gaan. Hij stopte nooit met bij het graf zitten, ermee praten, het herinneren.

Vandaag de dag blijft haar verhaal harten in verschillende hoeken raken. Niet omdat het ons uitnodigt zijn gedrag na te doen, maar omdat hij zonder filters de diepte van kinderliefde blootlegt. Die liefde die sociale normen of meningen van anderen niet begrijpt. Die liefde die, als die waar is, niet wordt gedoofd, zelfs niet in het aangezicht van de dood.
Uiteindelijk zocht deze man geen medelijden of erkenning. Hij wilde gewoon dicht bij zijn moeder zijn, ook al was dat de enige manier waarop hij nog over was. En in die handeling, zo eenvoudig en tegelijkertijd zo intens, liet hij ons een les achter die het onthouden waard is: liefhebben is niet altijd makkelijk, maar als je echt liefhebt, overstijgt de band elke denkbare grens.