Hij sloot even zijn ogen, alsof hij zichzelf toch al de schuld gaf.
Ik riep om hulp. Terwijl we wachtten, legde Alex een opgevouwen deken onder Dorothy’s been en sprak hij haar toe met een kalme, maar vastberaden stem.
“Blijf bij me, Dot. De ambulance komt eraan.”
“Ik ga niet dood,” mompelde ze.
“Ik weet”.
“Hou dan op met me aan te kijken alsof ik doodga.”
Ze perste haar lippen op elkaar en ik besefte dat ze haar tranen probeerde in te houden.
De ambulancebroeders stelden vast dat Dorothy haar enkel ernstig had verstuikt, maar dat deze niet gebroken was. Ze namen haar mee naar boven en lieten haar op de bank plaatsnemen nadat ze had geweigerd naar het ziekenhuis te gaan.
Zodra ze vertrokken waren, draaide ik me naar Alex om.
“Wat is hier aan de hand?”