De kalkoen was een monument van negen kilo voor mijn uitputting. Hij stond op het aanrecht, glanzend van het glazuur dat ik zelf had gemaakt – bourbon, ahornsiroop en sinaasappelschil – en rook naar warmte en feestvreugde. Maar voor mij rook hij naar slavernij.
Hoofdstuk 1: De kerst van de bediende