“Ik hoorde haar om hulp roepen.”
Mark leunde tegen het kozijn en blokkeerde zo de ingang.
“U hoorde een getrouwd stel ruzie maken. Dit is een privéaangelegenheid van het gezin.”
“Ga weg bij de deuropening.”
Zijn glimlach werd breder, omdat hij mijn carrière altijd als een amusante voorstelling had beschouwd. Tijdens familiediners noemde hij me een parkeerboete-detective en vroeg hij of ik met mijn badge korting kreeg in restaurants.
“U heeft geen recht om mijn huis binnen te gaan zonder een huiszoekingsbevel.”
Er kwam een zwak geluid van de tweede verdieping.
Het was geen huilen.
Het was een pijnlijke, onregelmatige kreun.
Ik stapte naar voren.
Mark greep me bij mijn pols