De paniek overspoelde hen zo hevig dat hun handen trilden. Ze struikelden achteruit en vielen bijna over hun eigen voeten in hun poging afstand te creëren. Hun ademhaling was onregelmatig. Dit was geen vreemde afwijking. Het was een reële dreiging die zich schuilhield in de schaduw van een doodgewone oprit. De schok maakte hun benen hol aanvoelen, alsof de wereld om hen heen was veranderd in een droom waaruit ze niet konden ontwaken.
Met trillende vingers grepen ze naar hun telefoon en belden de hulpdiensten. De centralist klonk verward, zelfs geamuseerd, en vroeg of het een grap was. Het kostte de verteller meerdere pogingen om de woorden duidelijk uit te spreken. Uiteindelijk brak de angst in hun stem door het ongeloof aan de andere kant van de lijn.
Wat begon als een normale ochtend, veranderde plotseling in een surrealistische en angstaanjagende ontmoeting. Het beeld van de krokodil onder de auto, onverwacht en huiveringwekkend, had zich met een schokkende helderheid in hun geheugen gegrift. In een oogwenk was het vertrouwde landschap van hun huis veranderd in het decor voor een verhaal dat ze de rest van hun leven zouden navertellen.