De laatste woorden van mijn man waren: “Wees niet bang, Mara. Ik sta achter je.”
Toen werden we volledig door de koplampen verblind.
De vrachtwagen raasde door de regen als een losgeslagen beest. Het ene moment lachte Daniel nog, zijn trouwring glinsterend op het stuur. Het volgende moment spatte het glas in mijn gezicht uiteen, klonk er een schurend geluid van metaal en stond de wereld op zijn kop.
Toen ik wakker werd, lag ik in een ziekenhuisbed, vol met hechtingen alsof het iets onafgemaakts was.
Daniel was vertrokken.
Haar moeder, Evelyn Voss, zat aan mijn bed in een zwarte jurk die meer waard was dan onze bruiloft. Ze huilde niet. Ze keek me aan zoals mensen naar een vlek op witte zijde kijken.