Het was een maanloze nacht, op een verlaten weg, toen alles stil leek te staan. De pech, de stilte, de angst… en toen drongen koplampen door de duisternis. Wat een nare herinnering had kunnen zijn, werd een onvergetelijke ontmoeting.
Het was rond 2 uur ‘s nachts toen onze auto pech kreeg op een volledig verlaten stuk weg. In een oogwenk werkte niets meer: de motor, de aandrijving en, belangrijker nog, ons gevoel van veiligheid. Om ons heen heerste alleen de geluidloze leegte. Geen bereik om hulp te bellen, geen auto te bekennen, niets dan duisternis en dat vreemde gevoel afgesneden te zijn van de wereld. Elke minuut leek een eeuwigheid te duren en de angst nam gestaag toe, tot het onhoudbaar werd.
Toen verschenen er onverwachts lichtjes in de verte. Een auto naderde langzaam en stopte naast ons. Een jonge man stapte uit. Zonder de minste aarzeling, zonder onnodige vragen te stellen, vroeg hij ons simpelweg of we hulp nodig hadden. Er was geen spoor van wantrouwen of terughoudendheid in zijn houding. Alleen een kalme, bijna geruststellende aanwezigheid in het hart van die onrustige nacht. Hij weigerde categorisch elke vorm van betaling. Hij vroeg niets terug. Hij handelde gewoon. Dit soort vriendelijkheid, zo zeldzaam en zo spontaan, kan soms een situatie volledig veranderen. Op dat precieze moment was hij ons enige houvast in die onbekende nacht.