Te schoon.
Er waren geen vuile vaat, geen kranten op tafel en geen deken over Dorothy’s stoel gegooid.
Alles leek netjes en onaangeroerd.
Noch Dorothy, noch Alex waren ergens te bekennen.
“Dorothy?” riep ik opnieuw.
Toen hoorde ik het.
Vanuit de kelder klonk een zacht tikkend geluid.
Mijn bloed stolde en ik rende de trap af.
Het kloppende geluid herhaalde zich precies op het moment dat ik de laatste trede bereikte.
“Dorothy?” riep ik.
Een zwakke stem antwoordde van achter de deur van de opslagruimte.
“Greta?”