Ook dr. Marcos was uitgenodigd. Toen hij een toast uitbracht, hief hij zijn glas hibiscuswater.
—Ik heb veel meegemaakt in een ziekenhuis, maar nog nooit zo’n verhaal als het jouwe.
Roberta glimlachte.
—Ik had ook niet verwacht het te overleven.
De middag verstreek langzaam. De buren deden de lampen op hun terrassen aan. Een oude bolero klonk uit een nabijgelegen huis. De meisjes, moe, vielen naast elkaar in slaap.
Roberta bedekte hen met een deken en ging tussen Ricardo en Leonardo zitten. Voor het eerst in lange tijd rende ze niet weg, veinsde ze geen stem, verborg ze haar lichaam of haar angst niet.
Ze was gewoon een moeder.