“Doe me geen gunsten!”
Hij greep haar bij de schouders. Het was geen schok; het was een duw. Een gewelddadige stoot naar achteren.
Rachel struikelde en haar voeten raakten in de knoop. Ze viel hard achterover. Haar gezicht stootte tegen de roestvrijstalen handgreep van de koelkastdeur.
SCHEUR.
Het lawaai was oorverdovend, als een droge tak die kraakt in een winterbos. Het galmde door de kleine keuken, waarna een diepe, ijzige stilte volgde.